Interview met Common&Sense | het verhaal achter de Fair for Fifty,- dress

Al een tijdje werk ik (achter de schermen) aan een nieuw concept voor mijn blog, en deze post is het eerste resultaat daarvan! In de nieuwe rubriek Ones to watch: sustainable start-ups leg ik de focus op jonge, ambitieuze bedrijven en kleine ondernemers die op hun eigen manier een positieve impact op de aarde proberen te maken. Op dit platform wil ik de verhalen delen achter deze groene start-ups om zo een podium te bieden aan duurzame ondernemers, en tegelijkertijd mijn lezers te inspireren om juist kleinere bedrijven te supporten. Misschien wil jij zelf wel een duurzaam project starten, of ben je benieuwd wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van milieuvriendelijk ondernemerschap? Houd mijn blog dan vooral in de gaten!

Van idee tot product, van design tot fabrikant, van branding tot het bereiken van het juiste publiek— wat komt er allemaal kijken bij een sustainable start-up? En wat drijft jonge ondernemers om met hun product of dienst het verschil te maken? In deze rubriek hoop ik een reeks aan bijzondere verhalen vast te leggen waarin deze vragen aan bod komen. Ken jij een duurzaam bedrijf, of ben je zelf een duurzaam initiatief gestart en wil jij het verhaal achter jouw idee of onderneming delen? Laat het me weten!

Een eerlijke ‘little black dress’ produceren voor een betaalbare prijs, kan dat?

Voor deze eerste post mocht ik een interview doen met de eigenaresse van een hele bijzondere start-up, namelijk het Nederlandse fairtrade kledingmerk Common&Sense. Eigenaresse Janine startte dit experiment met één duidelijke vraag: eerlijke kleding produceren voor een betaalbare prijs, kan dat? Inmiddels heeft ze haar eerste jurkje gelanceerd, en goed nieuws: er is ook al een nieuwe onderweg! Benieuwd hoe ze from scratch haar eigen fairtrade concept bedacht en ontwikkelde? Lees dan snel verder.

Hoe ben je op het idee gekomen om dit project te starten?
“Ik werk nu al een tijd lang als projectleider, in een compleet andere branche. Erg uitdagend en leuk werk, maar toch miste ik daar iets. Ik beschouw mezelf toch wel een beetje als een idealist, en had het gevoel dat ik iets wilde doen om de wereld te verbeteren. En dan het liefste ook iets creatiefs, waar ik volledig mijn passie in kwijt kon. Omdat ik oorspronkelijk de opleiding Rural Development & Innovation in Wageningen heb gedaan, kwam ik destijds ook veel in aanraking met studenten van Fairtrade Management. Laatst sprak ik weer iemand van die opleiding, en toen begon het toch wel weer een beetje te kriebelen om iets met eerlijke handel te gaan doen. Ik besloot met mezelf de uitdaging aan te gaan om een eerlijk product op de markt te brengen voor een betaalbare prijs.” Dit idee resulteerde in het ontstaan van haar eigen fairtrade kledingmerk. “Het was niet direct mijn plan om kleding te gaan verkopen, voor mij draaide het er vooral om dat het een product met een eerlijk verhaal zou zijn. Toen ik op zoek ging naar een product waar ik echt feeling mee had én waarvan ik het gevoel had dat er veel te winnen viel op het gebied van eerlijke productie, kwam ik toch vrij snel in de modebranche uit. Daarnaast viel het me op dat aan eerlijke kledingstukken vaak een véél hoger prijskaartje hangt: met dit project wil ik onderzoeken of dat ook anders kan.”

Welke stappen heb je ondernomen toen je besloot fairtrade kledingstuk op de markt te brengen?
“Stap één: héél veel research doen! Ik begon simpelweg met Googelen om de informatie te vinden die ik nodig had voordat ik kon starten. Mijn eerste struggle was namelijk het vinden van een betrouwbare fabrikant die met mij de sprong in het diepe wilde wagen. Ik vond het wel echt opvallend hoe weinig informatie er eigenlijk beschikbaar was. Aan de andere kant ook wel logisch natuurlijk, dat niet veel merken hun fabrikanten vrij willen geven. Gelukkig kon ik via de Fair Wear Foundation wel een aantal rapporten en tips vinden die me verder konden helpen. Maar ik denk dat je het uiteindelijk toch wel een beetje van je netwerk moet hebben, van andere mensen die jou hun contactpersonen gunnen. Zo ben ik tijdens mijn vakantie naar een beurs in Amerika gegaan met allemaal duurzame fabrikanten, en via daar heb ik dan wel weer heel veel contacten met kleinere ateliers opgedaan.”

“Is een fabrikant bereid om transparantie en openheid te tonen? Als ik te hard moest zoeken, was het sowieso een no-go.”

Op basis waarvan heb je een voorselectie aan fabrikanten gemaakt?
“Na heel veel onderzoek heb ik uiteindelijk een lijstje opgesteld met drie fabrikanten die ik écht vertrouwde: een fabriek in India, een in Turkije en een in Nederland. Waar ik vooral naar zocht was transparantie. Staat er op hun website iets over de manier waarop ze produceren? Wat vinden ze zelf belangrijk? Als ik te hard moest zoeken, was het eigenlijk sowieso een no-go. Ik stelde ook zelf veel vragen aan fabrikanten. Als ze bereid waren om openheid te tonen over hun productieproces en de werkomstandigheden, wist ik dat het een kanshebber was. Maar goed, dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat het de ideale match is. Zo besloot ik eerst om met de fabriek uit India in zee te gaan, want zij waren super goed gecertificeerd, en zij hadden ook een erg leuk project lopen waarbij ze vrouwen in de lokale community ondersteunden. Alleen ging dat echt compléét mis met de samples. Helaas verliep door de cultuurverschillen de communicatie verre van soepel, en moest ik maandenlang op de samples wachten, die ook nog eens totaal niet bleken te zijn wat ik in gedachten had. Een flinke tegenvaller dus! Uiteindelijk ben ik met het Turkse atelier verder gegaan. Later bleek dat dat atelier in Nederlandse handen was, waardoor ik dus gewoon vanuit Nederland kon werken. De eigenaar heeft hier zelfs een eigen kantoor. Super handig! Wat een verademing.”

Voor welk materiaal heb je gekozen en waarom?
“De Fair for Fifty,- dress is gemaakt van polyamide en elastaan. Helaas zijn deze stoffen zelf niet bepaald milieuvriendelijk. Wel zijn het reststoffen, dus in dat opzicht is het wel weer duurzaam! Ik heb er wel bewust voor gekozen om dit project in twee ‘aparte’ stappen aan te pakken. Stap één was voor mij echt het sociale aspect van de productie, dus de focus ligt nu meer op fairtrade. De tweede stap is dan echt het verduurzamen: het kiezen voor andere stoffen en milieuvriendelijke productieprocessen. Het milieu is voor mij ook ontzettend belangrijk, en natuurlijk heeft dat ook weer impact om de leefomstandigheden van de mensen die de kleding maken.”

Hoe kwam je op het idee van het ontwerp van de Fair for Fifty,- dress?
“Ik werkte eigenlijk al langere tijd aan een voorjaar- en zomercollectie, maar ik merkte dat ik het best wel spannend vond om in één keer in hele collectie te lanceren, omdat ik niet wist of mensen het zouden kopen. Toen stelde de eigenaar van het atelier waar ik mee samenwerk voor om eerst één item uit te brengen. De perfecte oplossing! Qua planning lukte het niet om het item vóór het einde van de zomer te lanceren, dus had ik bedacht dat het een soort kerstjurkje moest zijn: een klassieke en tijdloze little black dress. Om het ontwerp rond te krijgen werkte ik samen met een freelance designer die alle technische tekeningen van de kledingstukken maakte die moesten worden aangeleverd. Kleding ontwerpen is natuurlijk echt een vak apart, daar heb je een professional voor nodig. Super leuk, voor onze eerste meeting moest ik een moodboard maken met ideeën voor de jurk, en daar is zij vervolgens mee aan de slag gegaan. Zo is de Fair for Fifty,- dress geboren!”

“Ik wil altijd een Fair for Fifty,- dress in mijn collectie hebben, zodat er in ieder geval elk seizoen een eerlijk én betaalbaar item tussen zit. Op die manier wil ik de mensen die minder te besteden hebben ook de kans bieden om fairtrade te kunnen kopen.”

Hoe heb je de prijs bepaald voor de jurk?
“Ook over dit onderwerp heb ik heel veel research gedaan. Hoeveel zijn mensen bereid te betalen voor een eerlijk kledingstuk? In welke prijsklasse zitten andere fairtrade jurkjes? En wat is voor mij haalbaar? Ik vind het echt ontzettend jammer dat er zoveel mensen zijn die wel fairtrade kleding willen kopen, maar het zich niet kunnen veroorloven. Maar je moet natuurlijk ook kijken naar wat realistisch is. Uiteindelijk besloot ik toen om voor een verkoopprijs van €50,- euro te gaan. Samen met mijn fabrikant heb ik toen uitgezocht of dat mogelijk was, en dat is gelukt! Wel is het winstmarge relatief laag, waardoor ik wel echt een grote klantenkring zou moeten krijgen om hier echt van te kunnen leven. Ik heb nu ook besloten dat ik altijd een Fair for Fifty,- dress in mijn collectie wil hebben, zodat er voor ieder seizoen een mooi, eerlijk én betaalbaar jurkje tussen zit.”

Waarom denk je dat de meeste kleine en verantwoorde kledingmerken zo duur zijn?
“Dat heeft denk ik vooral te maken met het inkopen. Grote fast fashion brands kopen vaak enorme hoeveelheden in, waardoor ze de kleding voor bodemprijzen weg kunnen doen. Duurzame en fairtrade merken moeten vaak klein inkopen en dragen daarnaast een hoger risico, dat ook weer in de prijs verwerkt moet worden. Ook werken ze vaak samen met kleine ateliers, die veel minder efficiënte productielijnen hebben dan bijvoorbeeld grote fabrieken in ontwikkelingslanden. Ik las laatst dat in zo’n grote fabriek een t-shirt in slechts 5 minuutjes gemaakt kan worden. Bizar hè? Verder zijn duurzame, gecertificeerde stoffen natuurlijk ook een stuk duurder en de loonkosten zijn hoger. Dat wordt allemaal bij de verkoopprijs ingerekend.”

Wat vond je het lastigste in het proces?
“Het allerlastigste vond ik het feit dat ik compleet nieuw was in deze branche, en dus helemaal onderaan moest beginnen. Het is ontzettend hard werken en al met al een grote investering. Soms kreeg ik dan vragen als: ‘Goh, heb je nog maar één jurkje te koop?’ Het kan dan best moeilijk zijn dat mensen niet inzien hoeveel tijd en moeite ik in de productie van dat ene jurkje heb gestoken. Ik kan natuurlijk niet in één keer bieden wat een ander merk kan bieden na jarenlang investeren. Verder merk ik dat ik het lastig vind om bepaalde keuzes te maken op het gebied van duurzaamheid. Zo vraag ik me bijvoorbeeld af, is het nou beter om gebruik te maken van lokale stoffen zonder certificaat, of gecertificeerde stoffen vanuit een ver land deze kant op te laten komen? Transport zorgt natuurlijk ook voor genoeg vervuiling. Dat zijn dingen die je lastig tegenover elkaar kan zetten. Wat is dan echt duurzamer?”

“Ik hoop dat steeds meer mensen mooie modeconcepten gaan starten met een fijne visie erachter, zodat we elkaar kunnen steunen en samen een verschil kunnen maken.”

Wat hoop je met dit project bij te dragen aan de mode industrie, en aan de wereld in het algemeen?
“Ik hoop vooral heel erg dat mode-industrie veel meer open en eerlijker wordt. Ik heb zelf het idee dat alles vandaag de dag zó prijsgedreven is, en dat alles alleen maar draait om het krijgen van ‘de beste deal’ ten koste van anderen. Ik ben ervan overtuigd dat als je een goede handelsrelatie met iemand aangaat, voor meerdere jaren, dat je dan echt veel impact kunt maken. Het voelt zo onnodig om een industrie zoveel stuk te laten maken, terwijl het zó anders kan. Ik hoop dus ook dat steeds meer mensen mooie modeconcepten gaan starten met een fijne visie erachter, om echt een tegengeluid te creëren in de modewereld. Zelf probeer ik ook via Instagram en mijn blog zo transparant mogelijk te zijn en zoveel mogelijk tips te delen, om andere start-ups ook aan te moedigen. Er is al genoeg concurrentie van fast fashion ketens, dus het mooiste zou zijn als wij als fairtrade en duurzame merken elkaar kunnen helpen en steunen. Zo kunnen we samen een verschil maken!”

Welke ontwerpers inspireren jou, en wat zijn jouw favoriete duurzame kledingmerken?
“Stella McCartney was natuurlijk één van de eerste designers op dat gebied, daar heb ik wel heel veel respect voor. Dat ze altijd is doorgegaan en zo stug heeft volgehouden in haar missie, dat vind ik echt helemaal top. Het heeft misschien niet zoveel met kleding te maken, maar Toney Chocolonely is voor mij ook een heel inspirerend voorbeeld op het gebied van eerlijke handel. Hun visie daarop en hoe ze dat transparant maken, dat is voor mij een enorm mooi voorbeeld. Wat betreft kledingmerken vind ik Vanilia een heel fijn merk. Heel cool, zij hebben ook een eigen atelier, dus ze hebben alles zelf in de hand, van productie tot winkel. Dat vind ik zó moedig, want het brengt ook veel extra risico’s met zich mee. Het liefst zou ik ooit in mijn leven ook ergens mijn eigen atelier starten… als ik mag dromen. Laatst ontdekte ik ook het merk Baum und Pferdgarten, die zijn qua ontwerpen echt heel sterk. Super toffe designs met hele leuke prints, en alles wordt van duurzame materialen gemaakt.”

Wat is jouw nummer één tip om duurzamer met je kleding om te gaan?
“Je kleding héél lang dragen, dus zoveel mogelijk plezier uit een kledingstuk proberen te halen. Kies voor kleding van goede kwaliteit die lang mooi blijft, en als je een kledingstuk niet meer past of niet meer mooi vindt, ruil het dan bijvoorbeeld met je vriendinnen, of geef het weg. Wat je ook doet: niet weggooien! Oh, en nog een hele belangrijke tip: er zijn best wel veel mensen die het waslabel uit hun kleding knippen, maar het is beter om deze gewoon te laten zitten. Als je het label eruit knipt, kan een kledingstuk namelijk vaak niet meer gerecycled worden. Wanneer ze het item willen recyclen moet namelijk precies te achterhalen zijn wat de samenstelling van de stof is, en dat kan je lang niet altijd zien of voelen. Dat kleine kaartje is dus eigenlijk super belangrijk!”

“Het jaar 2020 staat voor mij volledig in het teken van een duurzame zoektocht.”

Hoe ziet de toekomst van Common&Sense eruit?
“Ik heb me nu voorgenomen dat 2020 een beetje het ‘beslissende jaar’ moet worden. Er komt straks een voorjaar-zomercollectie en een najaar-wintercollectie, en dan moet ik op een gegeven moment echt een besluit nemen: ga ik hiermee door of niet? Ik heb namelijk gespaard om dit project te kunnen financieren, maar uiteindelijk hangt het toch af van de verkoopaantallen of het project nog uit kan of niet. Dat vind ik best wel spannend, ik hoop natuurlijk heel erg dat ik ermee verder kan, want ik vind het ontzettend leuk om te doen!”

Coming soon: de ‘Made in Holland’ dress

Wat voor ontwikkelingen kunnen we verwachten in 2020?
“Het jaar 2020 staat voor mij echt in het teken van een duurzame zoektocht. Ik ben momenteel op meerdere sporen bezig om dat doel te verwezenlijken. Met het atelier en Turkije ben ik nu bijvoorbeeld aan het kijken of we kunnen overstappen op het gebruik van duurzame stoffen, en waar we die het beste vandaan kunnen halen. Verder leek het me heel leuk om daarnaast ook kleding in Nederland te gaan produceren: zo ben ik nu een samenwerking aangegaan met een Nederlands atelier, een super tof familiebedrijf dat al jaren bestaat en dezelfde normen en waarden deelt op het gebied van eerlijke handel en duurzaamheid. Samen met hen ben ik nu met een heel bijzonder project bezig, namelijk het maken van een ‘Made in Holland’ jurkje! De productie hiervan is al in volle gang, dus ik hoop begin volgend jaar hierover meer met jullie te kunnen delen. Stay tuned!

Als je het leuk vindt om de laatste updates te ontvangen over Common&Sense, kun je je ook aanmelden voor hun nieuwsbrief via de website. De Fair for Fifty,- dress kun je hier ook online bestellen:

Let’s support the brave & celebrate positive change!

Liefs,

Mijnke

| © La Lavanda 2019, alle gebruikte beelden zijn eigendom van het merk Common&Sense |

Posts created 11

Eén gedachte over “Interview met Common&Sense | het verhaal achter de Fair for Fifty,- dress

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven